banner memoriam

 

 

Peter, 19 jaar

Als een zon, die jarenlang onafgebroken heeft geschenen,
plotseling ondergaat wordt het erg donker en koud.
wat we vasthouden is zijn warmte en die stralende lach

Peter zat boordevol emoties.
Als je hem werkelijk kende... wist je best dat hij heel gevoelig was.
Je moest alleen wel de moeite nemen om door zijn buitenkant heen te kijken.
Dat was niet makkelijk.
Slechts voor een enkeling zette hij de deur naar binnen op een kier.

Zijn buitenkant vertelde een ander verhaal.
Iedereen zag dat mooie, goed verzorgde, vrolijke uiterlijk.
Hij was jongensachtig ijdel.
Althans de laatste jaren.
Uren kon hij doorbrengen in de badkamer.
Vraag het zijn zus.
Vraag het zijn moeder.
Hij was gek op lekkere luchtjes.
Overhemden die pico bello in orde waren.
Merkkleding.
Peter waste liefst zijn eigen kleren.
Bang dat de wasmachine iets zou verpesten.
En na het wassen, hing hij zijn kleren overal te drogen.
Strijken deed zijn moeder
Maar hij inspecteerde elke centimeter en mocht er ergens een valse vouw zitten, vroeg hij of Anneke nog een keer het strijkijzer wilde pakken.

Zoals hij met zijn overhemden omging, ging hij met zijn auto om.
Als die naar de garage moest, voor controle of een reparatie,
was Peter in de buurt
om te controleren of er aan de buitenkant van de auto geen krassen zaten.
Hij zorgde er voor dat je je als het ware in de auto kon spiegelen.
Zo schoon moest ie zijn.
Ook aan de binnenkant van de auto mocht niets mankeren.
Peter was als een vader voor zijn auto.

Kortom, Peter wist precies wat liefde inhield.
De jongen die zorgvuldig waakte over zijn kleren en zijn auto
was hetzelfde jochie dat zich ooit had vastgeklampt aan de rokken van zijn moeder.
Peter was van binnen niet veranderd.
De vorm zag er iets anders uit, maar hij was op zoek naar houvast.
En dat had hij gevonden.
In verschillende opzichten.

Dat houvast zat uiteindelijk niet in de buitenkant.
Van binnen wist hij waar zijn diepste ankers lagen.
Ankers die nooit gelicht zouden worden.
Omdat ze te maken hadden met zijn vader, zijn moeder, Daniella en Maresa.
Niet dat hij daar woorden voor had.
Hij verpakte dat gevoel in speelse plagerijtjes.
In pesten. In een grap.

Tot 3, 4 jaar geleden was hij een stille.
Een jongen die graag in onopvallende donkere kleren liep.
Hij ging naar een andere school, hij kreeg een scooter, kreeg vrienden
Handenvol.
Ontdekte zichzelf in snelheid, in karten en in autoracen.
Een bloem die open bloeide.
Het was alsof er een psychologisch startschot werd gelost.
Hij kreeg een ongekend soort zelfvertrouwen, sloeg zijn vleugels uit.
Leerde het uitgaansleven kennen.
Leerde genieten.
Hij verlegde grenzen zoals elk kind van 16, 17 zomaar ineens boven zichzelf uit lijkt te stijgen.
Ontdekte een eigen, aparte leefstijl.
Rookte stiekem een sigaret.
Hij werd het jochie met het overhemd uit zijn broek.
Kauwgum in de mond.
En die onweerstaanbare lach.

Nooit verloochende hij zijn liefde voor het ouderlijk huis.
Dat was de binnenkant.
Daar hechtte hij zich, thuis voelde hij de pure warmte
Het dak boven zijn hoofd, grond onder zijn voeten.
Niet alleen letterlijk.
Als Anneke hem 's nachts ongerust opbelde, schaamde hij zich niet voor zijn moeder.
Hij liet zijn vrienden staan en kwam naar huis.
En voor het slapen gaan, zei hij: Welterusten mam.

Vorig jaar overleed zijn neef van 17.
Peter kon niet huilen.
Niet omdat hij geen verdriet had.

Peter was het kind van de zon.
Stralend, vrij en uitbundig.
Hij deelde licht uit
En warmte.
Maar als er een kind van de zon ondergaat, wordt het donker.
En koud.
En wat nu?
Is hij in een land waar de zon nooit meer ondergaat?
In een wereld waar geen pijn en rouw is.
Terug bij zijn grootouders en zijn neef Wesley en zijn achterneefje Dennis.

'Aan niets en niemand meer ten prooi
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi'

Oosterhuis